Tekstverbanden.leestrainer.nl

Oefening

Begrijpend lezen – oefenboekjes van Toetstrainer Nederland

De taal van de trommels

Lang voordat er telefoons of radio's bestonden, konden sommige volken in West-Afrika over grote afstanden met elkaar praten. Ze gebruikten daarvoor geen brieven of vuursignalen, maar trommels. Met een speciale trommel konden boodschappen van dorp tot dorp worden doorgegeven, soms over tientallen kilometers.

Dat zoiets werkte, kwam doordat de trommel verschillende dingen tegelijk kon nabootsen. Ten eerste kon de speler hoge en lage tonen maken, net als de hoge en lage klanken in de gesproken taal. Ten tweede kon hij het ritme van de woorden naspelen, zodat een zin zijn eigen herkenbare melodie kreeg. Daarnaast gebruikten de trommelaars vaste, langere zinnen in plaats van losse woorden, waardoor een boodschap minder snel verkeerd begrepen werd. Bovendien herhaalden ze belangrijke delen, zodat een luisteraar verderop niets miste.

Een trommelboodschap klonk daardoor heel anders dan gewone spraak. Waar een mens kortweg ‘kom terug’ zou zeggen, trommelde de speler een veel langere, bloemrijke zin. Die omhaal van woorden was geen versiering, maar een slimme manier om vergissingen te voorkomen.

Toen er later van buitenaf reizigers kwamen, waren die stomverbaasd. Ze zagen dat een nieuwsbericht zich sneller door het gebied verspreidde dan een ruiter te paard ooit had gekund. Sommigen begrepen pas veel later dat het geen muziek was die ze hoorden, maar een echte taal. Tegenwoordig raakt de kennis van het trommelen langzaam in de vergetelheid, omdat de meeste mensen nu een telefoon op zak hebben. Toch zijn er nog ouderen die de oude boodschappen kunnen trommelen, en onderzoekers proberen die kennis vast te leggen voordat ze verdwijnt.

Welk tekstverband gebruikt de schrijver in de tweede alinea (over wat de trommel kon nabootsen)?

Uitleg over de tekstverbanden nog eens nalezen